Ik heb moeite met cijfers
Iedereen heeft wel eens moeite met een som. Maar wat als je veel taken die met cijfers te maken hebben heel lastig vindt?
Wanneer heb je moeite met cijfers?
Veel mensen vinden rekenen wel eens lastig. Maar sommige mensen hebben zoveel moeite met rekenen en cijfers, dat ze er in het dagelijks leven veel last van hebben.
Het lukt je bijvoorbeeld niet om uit te rekenen hoeveel geld je van iedereen terugkrijgt als je iets voorgeschoten hebt. Of je vindt het moeilijk de punten bij te houden tijdens een spelletje. Je pincode onthouden kost moeite, of je draait vaak cijfers om.
Dan kan het zijn dat je rekenproblemen of dyscalculie hebt.
Misschien herken je jezelf in de volgende situaties:
- Je vindt het lastig om getallen te lezen, tellen, benoemen, gebruiken en onthouden.
- Je gebruikt vaak je vingers als je iets uit moet rekenen.
- Je hebt moeite met klokkijken of inschatten hoelang iets duurt.
- Hoofdrekenen gaat langzaam of gaat vaak fout.
- Je onthoudt jaartallen, prijzen en andere getallen slecht.
- Je verwisselt cijfers vaak. Bijvoorbeeld: als je 42 leest of hoort, onthoud je 24.
- Je vindt het moeilijk met maten en hoeveelheden te werken, zoals liters, centimeters of geldbedragen.
- Je past in de les wel toe wat je geleerd hebt, maar je begrijpt eigenlijk niet waarom je doet wat je doet.
- Je hebt moeite met plannen en inschatten hoeveel tijd iets kost.
Herken je je in veel van deze situaties? Dan kan het zijn dat je dyscalculie hebt.
Heb ik rekenangst of dyscalculie?
Niet iedereen die slecht is in rekenen heeft dyscalculie. Soms heb je vooral rekenangst: je twijfelt aan jezelf, je bent bang om fouten te maken en gaat rekenen uit de weg. Als je toch moet rekenen, ben je zo zenuwachtig dat je vergeet wat je geleerd hebt en fouten gaat maken.
Bij rekenangst helpt het om extra uitleg te vragen, veel te oefenen en eventueel op bijles te gaan. Hoe meer positieve ervaringen je hebt met rekenen, hoe minder bang je wordt, en hoe beter het gaat.
Bij dyscalculie heb je een ernstige achterstand op één of meer onderdelen van rekenen. Extra uitleg of instructies helpen weinig. Je hebt geen moeite met taal en je hebt goed onderwijs gehad. Dyscalculie heeft niets met angst of inzet te maken.
Een psycholoog of pedagoog die gespecialiseerd is in dyscalculie kan onderzoeken of je dyscalculie hebt. Meestal heb je hiervoor een verwijzing van school nodig.
In zo’n onderzoek kijken ze naar schoolresultaten, je rekenvaardigheid, je algemene intelligentie en andere vaardigheden, zoals je geheugen en concentratie.
Wat kun je doen als je moeite hebt met cijfers?
Ga je naar school en heb je veel moeite met rekenen? Dan kun je dit doen:
Vraag extra hulp aan
Extra uitleg van de docent of bijles kan helpen. Door vaker te oefenen ga je steeds beter rekenen.
Geef op tijd aan dat het niet lukt
Begrijp je na de bijlessen en extra hulp nog steeds weinig van de sommen? Blijf je veel moeite hebben met cijfers? Neem dan contact op met je docent, mentor, zorgcoördinator of de jeugdverpleegkundige op je school. Zij kunnen je helpen om een onderzoek naar dyscalculie aan te vragen.
Als blijkt dat je dyscalculie hebt, dan kun je speciale begeleiding krijgen, extra tijd voor toetsen of andere aanpassingen tijdens toetsen of examens.
Voel je niet dom. Dyscalculie heeft niets met intelligentie te maken. Er zijn alleen bepaalde delen in je hersenen die minder actief zijn dan bij kinderen zonder dyscalculie.
Oefen in het dagelijks leven
Oefen in het dagelijks leven met tellen en rekenen. Ook al vind je het misschien niet leuk, ga tellen en rekenen niet uit de weg.
Vraag hulp bij plannen
Veel jongeren met dyscalculie hebben ook moeite met plannen en overzicht houden. Vraag hier hulp bij.
Hier vind je tips hoe goed te plannen.
Wat zijn de gevolgen van moeite met cijfers?
Moeite hebben met cijfers en rekenen kan je onzeker maken. Daardoor wordt het vaak nog moeilijker om rustig te blijven, een som stap voor stap te maken of iets uit te rekenen. Je kunt er ook faalangst van krijgen.
Lees hier meer over faalangst en wat je eraan kunt doen.
Dyscalculie gaat niet over. Maar je kunt wel beter worden in rekenen door veel te oefenen en de juiste ondersteuning te krijgen.
Zit je op school en hebben je rekenproblemen invloed op je cijfers? En heb je geen moeite met vakken waar je minder of geen cijfers voor hoeft te leren?
Neem contact op met je docent, mentor, zorgcoördinator of de jeugdverpleegkundige op je school. Veel scholen kunnen extra begeleiding geven. Als blijkt dat je dyscalculie hebt, kun je bijvoorbeeld meer tijd voor toetsen krijgen, of andere aanpassingen.
Deze pagina’s van JouwGGD vind je misschien ook interessant:
