Zit je thuis van school?
Soms meld je je ziek van school. Maar wat gebeurt er als je lange tijd niet naar school gaat? Hoe zorg je dat je bijblijft? En wat kan helpen om weer naar school te gaan?
Wat als je langere tijd niet naar school gaat?
Soms zit je langer thuis. Je bent een tijd ziek, of je voelt je niet goed genoeg om weer naar school te gaan. Misschien zijn er andere dingen aan de hand waardoor je niet naar school kunt of wil. Misschien heb je stress, word je gepest of het gaat thuis niet goed.
Wat de reden ook is: hoe langer je thuis bent, hoe lastiger het vaak wordt om weer naar school te gaan.
Dat kan door allerlei dingen komen:
- Je hebt je klasgenoten een tijd niet gezien waardoor je het gevoel hebt er niet meer bij te horen.
- Je hebt het idee dat je te ver achterloopt.
- Je bent bang dat je toch weer snel thuis komt te zitten.
- Je bent gewend geraakt aan thuis zijn.
- Je weet niet goed wat je tegen anderen moet zeggen over waarom je weg was.
In je hoofd kunnen die gedachtes steeds groter worden. Terwijl ze misschien helemaal niet waar zijn.
De drempel om weer naar school te gaan kan dan steeds groter worden. Dat is heel normaal en overkomt veel jongeren.
Wat gebeurt er met het contact met de klas?
Een van de lastigste dingen aan thuiszitten is dat je het contact met je klasgenoten kunt kwijtraken. Je weet niet meer wat ze meemaken, je mist grapjes en gesprekken. Het voelt soms alsof iedereen verder is gegaan zonder jou.
Daarom is het heel belangrijk om contact te houden met een paar klasgenoten. Dat maakt de stap om straks weer terug naar school te gaan kleiner.
Je kunt bijvoorbeeld:
- Een berichtje sturen naar iemand uit je klas.
- Af en toe vragen wat er in de les behandeld wordt.
- Met iemand afspreken buiten school om.
Zo blijf je een beetje onderdeel van de groep, ook als je er even niet bij kunt zijn.
Tip: Misschien kan de mentor je helpen met het contact maken.
Hoe zorg je dat je niet te veel achter gaat lopen?
Als je een tijd weg bent, denk je misschien vooral aan wat er allemaal níet lukt. Dat is logisch, maar er zijn bijna altijd ook nog dingen die wel lukken. Het helpt om daarnaar te kijken.
Voorbeelden van kleine dingen die misschien wel lukken:
- Contact houden met een of twee klasgenoten over de lessen.
- Af en toe wat schoolwerk doen, ook al is het maar een beetje.
- Soms een uurtje of een halve dag naar school gaan.
- Thuis in een ritme blijven, bijvoorbeeld door op tijd naar bed te gaan en op tijd op te staan.
Wie kunnen je helpen als je thuis zit van school?
Er zijn mensen op school en daarbuiten die graag met je meedenken.
De meeste scholen hebben afspraken over wat ze doen als iemand langere tijd niet komt. Vaak neemt je mentor dan contact met je op. Samen kun je bespreken hoe het met je gaat en wat je nodig hebt.
Soms haalt de mentor er ook andere mensen bij, zoals:
- de jeugdarts of jeugdverpleegkundige
- een verzuimcoördinator
Zij kijken mee waar jij misschien hulp bij kunt gebruiken. Het gaat erom samen met jou te kijken hoe het weer beter kan gaan.
Het kan ook zijn dat je verwezen wordt naar een coach of een psycholoog.
Wat doet de jeugdarts of jeugdverpleegkundige?
De jeugdarts of jeugdverpleegkundige werkt samen met jou en je ouders. En als het nodig is met school. Samen maken jullie een adviesplan.
Dat plan begint met jouw verhaal. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige wil eerst weten hoe het écht met je gaat:
- Hoe ziet je leven eruit, thuis en op school?
- Waar heb je last van?
- Wat gaat juist wel goed?
- Wat zou jou helpen om weer naar school te komen?
- Wat heb jij nodig?
Belangrijk om te weten: de jeugdarts gaat niet beoordelen of je ‘echt’ wel ziek genoeg bent. En je medische gegevens worden niet zomaar met school gedeeld.
Alleen de dingen die voor school handig zijn om te weten, en alleen met jouw toestemming en die van je ouders, gaan naar je mentor of de verzuimcoördinator.
Wat staat er in een adviesplan?
Het adviesplan laat zien wat jou en school kan helpen om langzaam maar zeker weer vaker naar school te gaan.
Er kan bijvoorbeeld in staan:
- Je komt (af en toe) naar school, maar je hoeft niet meteen in alle lessen mee te doen.
- Je krijgt een rustige plek waar je je even kunt terugtrekken als dat nodig is.
- Je krijgt een vaste persoon bij wie je het kunt aangeven als je je niet goed voelt. Die persoon kent jouw achtergrond en verhaal.
- Jullie spreken af en toe samen af om te kijken hoe het gaat.
Het plan gaat vooral over wat er wél kan, en wat bij jou past.
Wanneer ga je weer naar school?
Daar is geen vast antwoord op. Vaak werkt het goed om in kleine stapjes te beginnen, bijvoorbeeld met halve dagen of een paar lessen. Zo bouw je rustig op, in een tempo dat bij jou past.
Het adviesplan staat ook niet vast. Verandert je situatie, gaat het beter of juist even wat minder? Dan kan het plan worden aangepast. Zo blijft het steeds passen bij hoe het op dat moment met je gaat. En als er iets niet loopt zoals jullie hadden afgesproken, kun je dat altijd aangeven bij je mentor of de jeugdarts.
Vind je het moeilijk om terug te gaan naar school?
Als je wat langer thuis zit, kan het zijn dat je wereld steeds kleiner is geworden. Je merkt misschien dat er steeds minder contact is met school, klasgenoten en vrienden.
Zit je langer thuis dan je had gedacht of gehoopt? De drempel om weer terug te gaan naar school kan voor je gevoel hoog zijn. De reden hiervoor verschilt per persoon. Maar kijk naar wat wel mogelijk is. En wie kan je hier het beste bij helpen?
Denk aan je mentor, je ouders, of de jeugdarts of jeugdverpleegkundige op je school. Of een coach of psycholoog als je daar al contact mee hebt.
Wil je er liever anoniem over praten?
Bij JouwGGD kun je je vraag kwijt aan een jeugdverpleegkundige die jongeren ondersteunt en adviseert.
Je kunt ook chatten of bellen met Injebol.
Hier vind je tips over hoe je kunt praten over je gevoelens.
